ECLI:NL:RBDHA:2025:6170
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende op 30 november 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Een overnameverzoek aan Spanje werd op 10 februari 2025 aanvaard.
Eiser voerde aan dat Spanje haar internationale verplichtingen niet nakomt, onderbouwd met het AIDA-rapport van mei 2024, en dat hij daardoor een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro bij overdracht. Hij stelde dat verweerder aanvullende garanties had moeten vragen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij eiser de last draagt om concrete aanwijzingen te leveren voor een reëel risico. De rechtbank volgde de eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en concludeerde dat het AIDA-rapport geen wezenlijk ander beeld geeft dan eerder beoordeeld. Ook is niet gebleken dat klagen bij Spaanse autoriteiten onmogelijk of zinloos is.
Verder verwees de rechtbank naar het arrest Tarakhel, waarin aanvullende garanties slechts verplicht zijn bij bijzondere kwetsbaarheid en aannemelijk risico op ontoereikende opvang. Eiser heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.