ECLI:NL:RBDHA:2025:6171

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 april 2025
Publicatiedatum
14 april 2025
Zaaknummer
NL25.14800
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Spanje

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 28 maart 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen, met de reden dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegelijkertijd is op dezelfde datum uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.14799).

Gezien de uitspraak in de hoofdzaak wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.F.I. Sinack en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14800

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. A. Alkir),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 28 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.14799, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 14 april 2025 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.