ECLI:NL:RBDHA:2025:6176
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Correcte vaststelling ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na loopbrief
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiseres tegen de vaststelling van de ingangsdatum van haar verblijfsvergunning asiel. Eiseres betwistte dat de vergunning zou ingaan op 1 mei 2023 en stelde dat dit 30 april 2023 moest zijn, de datum waarop zij zich meldde bij het Aanmeldcentrum en de loopbrief ontving.
De minister voerde aan dat het tijdsverschil van één dag tussen het kenbaar maken van de asielwens en het indienen van het aanvraagformulier M35-H zo gering was dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres wel degelijk belang had bij een inhoudelijke beoordeling, mede omdat een eerdere ingangsdatum gevolgen kan hebben voor latere verblijfsaanvragen.
Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 januari 2025 volgt dat de asielaanvraag wordt ontvangen op het moment dat de vreemdeling persoonlijk zijn asielwens kenbaar maakt, wat kan blijken uit een loopbrief. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit voor zover het de ingangsdatum betrof en stelde deze vast op 30 april 2023.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten van €907,- aan eiseres. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel wordt vastgesteld op 30 april 2023 in plaats van 1 mei 2023.