ECLI:NL:RBDHA:2025:6220

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 april 2025
Publicatiedatum
15 april 2025
Zaaknummer
NL25.11260
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag op grond van Dublin-verordening

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het beroep zonder zitting behandeld en daarbij vastgesteld dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard in een andere uitspraak (zaaknummer NL25.11259). Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening niet meer nodig en wordt dit verzoek afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter J.F.I. Sinack en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet bekendgemaakt op 14 april 2025.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.11260

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 12 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verzoeker heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.11259, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 14 april 2025 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.