Eiseres, een Iraanse vrouw, diende op 7 september 2023 een asielaanvraag in met het argument dat zij bij terugkeer naar Iran vreest voor vervolging vanwege haar afvalligheid van de islam, deelname aan demonstraties en het niet naleven van kledingvoorschriften. De Minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 10 maart 2025 af, omdat hij haar niet geloofwaardig achtte in haar beweringen dat zij gezocht wordt door de autoriteiten.
De rechtbank behandelde het beroep op 1 april 2025 en concludeerde dat de afwijzing onzorgvuldig was. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende had onderzocht hoe eiseres haar afvalligheid zou uiten na terugkeer en wat de gevolgen daarvan zouden zijn. Ook was onvoldoende gemotiveerd waarom eiseres niet geloofwaardig zou zijn in haar vrees voor vervolging.
Hoewel verweerder de identiteit, nationaliteit, afvalligheid en politieke overtuiging van eiseres geloofwaardig achtte, vond hij haar beweringen over het gezocht worden door de autoriteiten ongeloofwaardig. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte zonder nadere vragen te stellen aannam dat eiseres haar afvalligheid niet zou uiten.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen waarbij het volledige asielrelaas, inclusief sociale mediaberichten, in samenhang wordt beoordeeld. Tevens werd verweerder veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van €1.814,-.