Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende persoon, is op 21 februari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder op 6 maart 2025 geoordeeld dat de bewaring tot die datum rechtmatig was, zodat de beoordeling zich richt op de periode vanaf 5 maart 2025.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde, met name door het niet verzoeken van een versnelde behandeling van het beroep en voorlopige voorziening in zijn asielprocedure. De rechtbank stelde vast dat verweerder sinds 5 maart 2025 meerdere schriftelijke rappels aan de Gambiaanse autoriteiten heeft gedaan, een vertrekgesprek met eiser voerde en een presentatie gepland stond op 24 april 2025. Tevens bleek dat de behandeling van het asielberoep en voorlopige voorziening reeds op 25 maart 2025 had plaatsgevonden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat de maatregel van bewaring gedurende de te beoordelen periode niet onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.