ECLI:NL:RBDHA:2025:623
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, diende een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat geen nieuwe elementen of bevindingen waren aangevoerd die relevant zijn voor internationale bescherming. De rechtbank bevestigt dit oordeel.
Eiser stelde dat het overlijden van zijn zus en moeder, evenals bezoeken van leden van de Fula-stam aan zijn moeder, nieuwe elementen vormden. De rechtbank oordeelt echter dat deze feiten onvoldoende onderbouwd zijn en niet relevant voor de beoordeling van de aanvraag. De minister mocht de aanvraag daarom niet inhoudelijk behandelen.
Daarnaast faalde eisers beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod, omdat deze gronden reeds gemotiveerd waren afgewezen. De rechtbank concludeert dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die een schending van artikel 3 EVRM Pro opleveren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.