ECLI:NL:RBDHA:2025:6260
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep op vertrouwensbeginsel bij weigering omgevingsvergunning dakopbouw
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het vergroten van haar woning door het realiseren van een dakopbouw met dakterras. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft deze vergunning geweigerd omdat het bouwplan de maximale bouwhoogte overschrijdt en leidt tot onevenredige schaduwhinder voor omwonenden.
Eiseres beroept zich op het vertrouwensbeginsel, omdat het college voorafgaand aan de aanvraag een positieve beginseluitspraak heeft gedaan die haar het vertrouwen gaf dat de vergunning zou worden verleend. De rechtbank oordeelt dat deze beginseluitspraak als toezegging kan worden aangemerkt en dat eiseres redelijkerwijs mocht vertrouwen op medewerking van het college.
Desondanks weegt de rechtbank het belang van omwonenden, die door het bouwplan een onaanvaardbare afname van bezonning ondervinden, zwaarder dan het belang van eiseres. Daarom is het college niet gehouden de vergunning te verlenen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadeloosstelling wegens schending van het vertrouwensbeginsel wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het college hoeft de omgevingsvergunning niet te verlenen.