ECLI:NL:RBDHA:2025:6286
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens motiveringsgebrek en belangen van het kind
Eisers, twee minderjarige kinderen uit São Tomé en Príncipe, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf aan als familie- of gezinsleden bij een Nederlandse opvangouder. De minister wees de aanvraag af omdat er volgens hem geen hechte persoonlijke banden tussen eisers en de opvangouder bestonden, en maakte een belangenafweging die in het nadeel van eisers uitviel.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er geen hechte persoonlijke banden zijn, terwijl uit onder meer een adoptie-uitspraak, een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming en verklaringen van de school en psycholoog blijkt dat eisers liefdevol worden verzorgd en opgevoed door de opvangouder. De belangen van het kind zijn onvoldoende betrokken in de besluitvorming.
Daarom is het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en wordt het vernietigd. De minister krijgt zes weken om een nieuw besluit te nemen met een juiste belangenafweging. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Eisers krijgen hun griffierecht terug en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister krijgt zes weken voor een nieuw besluit met juiste belangenafweging.