ECLI:NL:RBDHA:2025:6289
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-vergoeding werkelijke proceskosten in bijstandszaak
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag waarin haar verzoek tot vergoeding van werkelijke proceskosten in verband met diverse procedures werd afgewezen.
Het college had eerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard, de terugvordering van bijstand herroepen en een bedrag aan proceskosten toegekend. Eiseres vordert nu vergoeding van hogere proceskosten, onder andere voor een kort geding en procedures in eerste aanleg en hoger beroep.
De rechtbank oordeelt dat kosten van de voorlopige voorziening buiten het geding vallen en dat eerdere proceskostenvergoedingen in een eerdere uitspraak onherroepelijk zijn vastgesteld. Daarom is het beroep ongegrond en krijgt eiseres geen verdere vergoeding of griffierecht terug.
De uitspraak is gedaan door rechter C.J. Waterbolk en uitgesproken op 30 april 2025. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet vergoeden van werkelijke proceskosten wordt ongegrond verklaard.