ECLI:NL:RBDHA:2025:6364
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek vreemdeling met onbekende bestemming
Eiser, van Moldavische nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de aanvraag. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft meegedeeld dat de overdracht van eiser is uitgesteld omdat eiser op 21 februari 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft verklaard geen contact meer te hebben met eiser.
Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling van verblijfplaats vertrekt, geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland, tenzij anders blijkt uit contact met de gemachtigde. De rechtbank concludeert dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak niet inhoudelijk en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang doordat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.