ECLI:NL:RBDHA:2025:6365
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
De minister van Asiel en Migratie heeft op 20 februari 2025 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag deed uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Bij een gelijktijdige uitspraak (zaaknummer NL25.8272) werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H. Hanssen-Telman en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard en Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.