ECLI:NL:RBDHA:2025:6411
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM wegens ontbreken uitzonderlijke omstandigheden
Eiser, die sinds 2010 in Nederland verblijft zonder rechtmatig verblijf, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn gezinsleven met partner en kinderen. De minister heeft deze aanvraag afgewezen vanwege het ontbreken van een geldig paspoort en het niet voldoen aan het mvv-vereiste, en heeft het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen uitzonderlijke omstandigheden heeft aangetoond die het niet toestaan van verblijf in strijd met artikel 8 EVRM Pro maken. Verweerder heeft de belangen van de Nederlandse staat, waaronder het economische belang en de bescherming van sociale voorzieningen, meegewogen tegen de belangen van eiser en zijn gezin. Hoewel eiser sterke banden met Nederland heeft, zijn deze opgebouwd tijdens illegaal verblijf en vormen zij geen uitzonderlijke omstandigheden.
Verder is vastgesteld dat eiser niet heeft aangetoond dat hij niet in het bezit kan komen van een geldig paspoort. Ook zijn er geen objectieve of subjectieve belemmeringen die het terugkeren naar Bangladesh onmogelijk maken. De belangenafweging leidt tot afwijzing van het beroep. De rechtbank wijst ook op mogelijke toekomstige procedures op basis van het Chavez-Vilchez-arrest.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden.