ECLI:NL:RVS:2024:2265
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsrecht op grond van Chavez-Vilchezverblijfsrecht wegens motiveringsgebrek
De vreemdeling, afkomstig uit Eritrea, diende in 2018 een asielaanvraag in die door de staatssecretaris werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en nationaliteit. De rechtbank schorste aanvankelijk de behandeling van het beroep en wees later het beroep af. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze beslissingen, met name tegen de afwijzing van haar verblijfsrecht op grond van het Chavez-Vilchezarverblijfsrecht, omdat zij een dochter heeft met de Nederlandse nationaliteit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de staatssecretaris bij de beoordeling van het verblijfsrecht op grond van het Chavez-Vilchezverblijfsrecht een onjuist beoordelingskader heeft gehanteerd. De staatssecretaris heeft onvoldoende rekening gehouden met de mogelijkheid dat de vreemdeling haar identiteit en nationaliteit aannemelijk kan maken via andere middelen dan officiële documenten, en heeft nagelaten de afhankelijkheidsverhouding tussen de vreemdeling en haar Nederlandse dochter te betrekken bij de beoordeling.
De Afdeling vernietigt daarom het aanvullend besluit van 28 oktober 2021 en beveelt de staatssecretaris een nieuwe, gemotiveerde beslissing te nemen, waarbij alle relevante omstandigheden, zoals het biologisch ouderschap en de zorgtaken, worden betrokken. De overige uitspraken van de rechtbank blijven in stand. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het aanvullend besluit van 28 oktober 2021 wordt vernietigd en de staatssecretaris dient een nieuwe gemotiveerde beslissing te nemen.