ECLI:NL:RBDHA:2025:6412
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag beoordeeld. De minister had de aanvraag afgewezen omdat Cyprus verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig was en dat zijn individuele omstandigheden onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het standaardvoorstel van de minister een voorbereidingshandeling is en dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om te reageren. De minister had alle bezwaren in het uiteindelijke besluit gemotiveerd meegenomen. Het claimakkoord met Cyprus was geldig, ook al was de status van de asielaanvraag in Cyprus niet expliciet vermeld.
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel werd bevestigd; de rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Cyprus een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling. Ook zag de rechtbank geen aanleiding voor de minister om de aanvraag op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro zelf in behandeling te nemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Cyprus.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Cyprus.