ECLI:NL:RBDHA:2025:6494
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beëindiging duurzaam verblijfsrecht als EU-burger
Verzoeker, houder van een duurzaam verblijfsrecht als EU-burger, werd geconfronteerd met het beëindigen van dit verblijfsrecht per 5 november 2017 vanwege meer dan twee jaar verblijf buiten Nederland tijdens strafrechtelijke detentie in Frankrijk.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om zijn rechtmatig verblijf te behouden tijdens de behandeling van zijn beroepsprocedure. Hij stelde een spoedeisend belang te hebben vanwege het wegvallen van zijn aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO), financiële problemen, dreigend verlies van zijn woning en mogelijke stopzetting van zijn zorgverzekering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het ontbreken of verminderen van inkomen niet automatisch een spoedeisend belang oplevert. Verzoeker had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij in een acute financiële noodsituatie verkeerde. De terugvorderingen en aanmaningen waren onvoldoende onderbouwd en er was een mogelijkheid tot betalingsregeling. Ook was er geen bewijs dat noodzakelijke medische zorg onvoldoende werd gewaarborgd.
Gezien het ontbreken van concrete uitzettingshandelingen en het niet aannemelijk maken van onverwijlde spoed, wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.