Eiser, een Marokkaanse nationaliteit, vroeg op 10 augustus 2023 een visum voor kort verblijf aan om familie in Nederland te bezoeken. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser onvoldoende sociale en economische binding met Marokko had aangetoond, waardoor twijfel bestond over zijn terugkeer.
Verweerder verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond, waarbij werd overwogen dat eiser geen zwaarwegende sociale verplichtingen in Marokko heeft en onvoldoende bewijs leverde van reële economische activiteiten. Eiser voerde aan dat de sociale en economische binding samen beoordeeld moeten worden en dat hij voldoende middelen heeft, maar verweerder hoefde hem niet te horen omdat het bezwaar evident ongegrond was.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat verweerder inmiddels op het bezwaar heeft beslist. Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden. Er is geen hoger beroep mogelijk.