ECLI:NL:RBDHA:2025:6660
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring Unieburger wegens geweldsdelicten
Eiser, een Poolse Unieburger, werd geconfronteerd met de beëindiging van zijn verblijfsrecht en een ongewenstverklaring door de minister van Asiel en Migratie vanwege zijn strafrechtelijke verleden en gedragsproblemen.
Na eerdere uitzetting en herhaalde terugkeer naar Nederland, werd eiser veroordeeld tot meerdere gevangenisstraffen, waaronder een van tien maanden voor poging zware mishandeling en vernieling. Verweerder stelde dat het gedrag van eiser een actuele en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, wat het Unierechtelijk openbare-ordecriterium rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder dit criterium deugdelijk heeft gemotiveerd, mede gelet op de ernst van de gepleegde geweldsdelicten en het ontbreken van gedragsverbetering. Daarnaast werd het beroep op bescherming van het familie- en gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM Pro verworpen omdat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt en het contact op afstand mogelijk is.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht en ongewenstverklaring in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van zijn verblijfsrecht en ongewenstverklaring blijft in stand.