ECLI:NL:RBDHA:2025:6674
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet in behandeling genomen wegens verantwoordelijkheid Duitsland volgens Dublinverordening
Eiser, met de Armeense nationaliteit, diende op 25 februari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Uit Eurodac bleek dat eiser op 14 maart 2022 al een verzoek tot internationale bescherming in Duitsland had ingediend.
Eiser betoogde dat overdracht aan Duitsland zou leiden tot indirect refoulement, omdat hij in Duitsland was uitgeprocedeerd en geen rechtsmiddelen meer had tegen uitzetting naar Armenië. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Duitsland niet aan zijn verplichtingen zou voldoen. De Duitse autoriteiten garanderen volgens het claimakkoord de mogelijkheid tot een nieuwe asielaanvraag.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die overdracht onevenredig zouden maken en dat verweerder terecht geen toepassing gaf aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.