ECLI:NL:RBDHA:2025:6700
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse man wegens onvoldoende geloofwaardigheid bedreigingen Boko Haram
Eiser, een Nigeriaanse man, verzocht op 17 juni 2022 om een verblijfsvergunning asiel, aangevoerd met bedreigingen door Boko Haram en de politie vanwege zijn christelijke bekeringen en betrokkenheid bij een dodelijke confrontatie met Boko Haram-leden.
De minister wees de aanvraag op 26 maart 2024 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas, met name vanwege inconsistenties in verklaringen, gebrek aan bewijs van bedreigingen en twijfel over de authenticiteit van overgelegde documenten zoals een krantenartikel.
De rechtbank behandelde het beroep op 25 februari 2025 en oordeelde dat de minister niet tekort was geschoten in zijn onderzoeksplicht en dat het asielrelaas terecht als ongeloofwaardig werd beoordeeld. De rechtbank verwierp de stellingen van eiser over vertaalfouten en onvoldoende onderzoek van documenten.
De rechtbank bevestigde dat het rapport van Bureau Documenten over de echtheid van het krantenartikel betrouwbaar was en dat de minister terecht rekening hield met het fenomeen 'brown paper journalism' en documentfraude in Nigeria.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van de asielaanvraag stand hield en eiser geen proceskostenvergoeding kreeg.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid.