ECLI:NL:RBDHA:2025:6748
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting bewaring vreemdeling en rechtmatigheid lp-aanvraag
De minister legde op 31 december 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser, een vreemdeling van Marokkaanse nationaliteit. De rechtbank had eerder vastgesteld dat de bewaring tot 17 januari 2025 rechtmatig was, en beoordeelde nu alleen de rechtmatigheid van de voortzetting sinds dat moment.
Eiser voerde aan dat de bewaring te lang duurt, verwijzend naar een eerdere uitspraak waarin tien weken detentie als te lang werd beschouwd. Ook stelde hij dat de minister onvoldoende informatie had verstrekt over zijn psychische toestand en dat het verzenden van een laissez-passer-aanvraag (lp-aanvraag) door de minister zonder afwachting van de asielprocedure onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring niet langer duurt dan noodzakelijk is volgens de Vreemdelingenwet en de Opvangrichtlijn. De minister heeft zich ingespannen om de asielprocedure met voorrang te behandelen. De medische situatie van eiser geeft geen aanleiding tot het oordeel dat de bewaring onevenredig bezwarend is. De lp-aanvraag maakt de bewaring niet onrechtmatig, en eventuele schending van het non-refoulementbeginsel kan in de asielprocedure worden aangevoerd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.