ECLI:NL:RBDHA:2025:6750
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak met zicht op uitzetting
De minister heeft op 12 februari 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Marokkaanse nationaliteit is. Eiser stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had reeds op 28 februari 2025 geoordeeld dat de bewaring tot dat moment rechtmatig was, zodat nu alleen de periode na 21 februari 2025 werd beoordeeld.
Eiser voerde aan dat de voortzetting onrechtmatig is omdat hij al ruim twee maanden in bewaring zit, de strafrechtelijke detentie heeft doorlopen en de artikel 64-procedure nog loopt, welke mogelijk langer zal duren. De rechtbank overwoog dat het risico op onttrekking blijft bestaan en dat de minister inzet op uitzetting per 10 mei 2025. De mogelijke vertraging door de procedure is een onzekere toekomstige gebeurtenis die geen reden geeft voor een lichter middel.
De rechtbank constateerde dat er zicht is op uitzetting naar Marokko, mede doordat de nationaliteit van eiser is bevestigd en een nieuwe laissez-passer is afgegeven. De minister werkt voldoende voortvarend aan de uitzetting, zoals blijkt uit voortgangsrapportages en vertrekgesprekken. De belangenafweging rechtvaardigt geen opheffing van de bewaring.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.