Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
[de betrokkene]
Het verloop van de procedure
Overwegingen
Beslissing
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Den Haag
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een verkeersboete, waarna de officier van justitie het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Tegen deze beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op 13 maart 2025, waarbij de gemachtigde van betrokkene niet is verschenen.
De kern van het geschil betreft de toekenning van een proceskostenvergoeding voor 20 zaken die als samenhangend zijn aangemerkt door de officier van justitie. Betrokkene stelt dat deze zaken ten onrechte als samenhangend zijn beschouwd, omdat de beroepschriften identiek zijn maar op verschillende data zijn ingediend en er geen onderbouwing is voor samenhang.
De officier van justitie stelt dat sprake is van samenhangende beroepen met grotendeels identieke pro-forma beroepschriften, zonder aanvullende werkzaamheden die een afwijkende behandeling rechtvaardigen. De kantonrechter oordeelt dat de samenhang terecht is vastgesteld op grond van artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht, omdat de zaken gelijktijdig zijn behandeld en de werkzaamheden nagenoeg identiek waren.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een hogere proceskostenvergoeding wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door kantonrechter M.M. Meessen en griffier R. Tugo op 27 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een hogere proceskostenvergoeding wordt afgewezen.