ECLI:NL:RBDHA:2025:6771
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van staatloosheid van verzoeker met Palestijnse achtergrond
Verzoeker, geboren in Syrië in 1996 en van Palestijnse afkomst, heeft in Nederland asiel aangevraagd en is geregistreerd met nationaliteit 'onbekend'. Hij verzoekt de rechtbank om zijn staatloosheid vast te stellen. De rechtbank betrekt de Palestijnse Gebieden, Syrië en Turkije in haar beoordeling vanwege zijn afkomst en verblijfsgeschiedenis.
De rechtbank onderzoekt of verzoeker als onderdaan van een van deze landen kan worden beschouwd. Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen uit de gebieden als staatloos worden beschouwd. Volgens het Syrische nationaliteitsrecht kan verzoeker de nationaliteit niet verkrijgen via zijn moeder of vader. Ook is het niet aannemelijk dat hij de Turkse nationaliteit bezit, aangezien hij niet voldoet aan de wettelijke criteria.
De rechtbank concludeert dat verzoeker niet door enige staat als onderdaan wordt beschouwd en stelt zijn staatloosheid vast. Het verzoek tot veroordeling van de Staat in de proceskosten wordt afgewezen. De beschikking is zonder mondelinge behandeling gegeven en partijen hebben hiermee ingestemd.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoeker staatloos is en wijst het verzoek toe.