ECLI:NL:RBDHA:2025:6784
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk wegens ontbreken uitzonderlijke omstandigheden
Eiser, van Armeense nationaliteit, diende meerdere asielaanvragen in en verbleef grotendeels illegaal in Nederland sinds zijn jeugd. Zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier humanitair niet-tijdelijk werd afgewezen omdat hij niet voldeed aan het mvv-vereiste en geen vrijstelling kon krijgen op grond van uitzonderlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat hoewel eiser een privéleven in Nederland heeft opgebouwd, dit tijdens een periode van onzeker verblijfsrecht was. Volgens vaste jurisprudentie van het EHRM leidt dit er toe dat uitzetting alleen in uitzonderlijke omstandigheden strijdig is met artikel 8 EVRM Pro. Eiser slaagde er niet in deze uitzonderlijke omstandigheden aan te tonen.
Verweerder heeft de belangen zorgvuldig afgewogen, waarbij rekening werd gehouden met de binding van eiser met Nederland, maar ook met zijn banden met Armenië en het Nederlands economisch belang. De rechtbank vond dat de belangenafweging terecht in het nadeel van eiser uitviel.
Ook een beroep op de hardheidsclausule werd verworpen omdat geen bijzondere individuele omstandigheden waren gesteld die een onbillijkheid van overwegende aard zouden opleveren. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.