ECLI:NL:RBDHA:2025:68
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek betaling private schulden in toeslagenaffaire wegens niet-opeisbaarheid
Eiseres, aangemerkt als gedupeerde ouder in de toeslagenaffaire, verzocht betaling van haar private schulden bij Santander Consumer Finance Benelux op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Dienst Toeslagen had dit geweigerd omdat de schulden niet voldeden aan de voorwaarden van de Wht, met name het vereiste dat de schulden vóór 1 juni 2021 opeisbaar moesten zijn.
De rechtbank oordeelde dat uit het dossier en een e-mail van Santander bleek dat eiseres op 31 mei 2021 geen betalingsachterstanden had en dat de vordering niet opeisbaar was geworden. Er was ook geen ingebrekestelling door Santander geweest, wat noodzakelijk is voor vervroegde opeising. De verwijzingen van eiseres naar andere uitspraken waren niet vergelijkbaar vanwege andere feiten.
De rechtbank benadrukte dat het opeisbaarheidsvereiste dwingend is en dat er geen uitzonderingen gelden, ook niet op grond van het evenredigheidsbeginsel of de hardheidsclausule. De regeling is bedoeld om gedupeerden te beschermen tegen incassomaatregelen, niet om hen volledig vrij te stellen van schulden. Eiseres had bovendien geen bijzondere omstandigheden aangetoond die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
Ten slotte concludeerde de rechtbank dat het beroep ongegrond is en dat eiseres geen vergoeding van proceskosten ontvangt. De uitspraak werd gedaan door rechter A.M. de Wit op 31 december 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat haar schulden niet voldeden aan het opeisbaarheidsvereiste van de Wet hersteloperatie toeslagen.