Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
augustus2021 tot en met
12augustus 2022 te Hoofddorp en 's-Gravenhage en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een ander, genaamd [slachtoffer 1] ,
endoor misbruik van een kwetsbare positie
engehuisvest, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] ,
haar, verdachte en
haarmededaders te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] met of voor een derde,
van verdachte en/of haar mededaderlaten verblijven en
2 juli 2022te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen,
endoor dreiging met geweld, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,
haar, verdachte, en
haarmededaders te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 2] met of voor een derde,
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van [verdachte]
6.De strafoplegging
– zoals verderop zal worden overwogen – de GVM opleggen, waarmee [verdachte] , indien nodig, na ommekomst van de proeftijd nog langer onder toezicht kan worden gesteld. De rechtbank is van oordeel dat met deze afdoeningswijze – en gegeven de motivatie van [verdachte] – het herhalingsgevaar tot een aanvaardbaar niveau kan worden teruggebracht.
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
8.De in beslag genomen voorwerpen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
29 (negenentwintig) MAANDEN;
10 (tien) MAANDEN, niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat [verdachte] zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als