In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam vernietigd en de verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten van mensenhandel en witwassen. De verdachte werd ervan verdacht [naam 1] en [naam 2] te hebben gedwongen tot prostitutiewerkzaamheden en geld uit die werkzaamheden te hebben verkregen onder misleiding en misbruik van overwicht.
Het hof heeft het bewijs onderzocht, waaronder telefoongesprekken, financiële transacties en verklaringen van het vermeende slachtoffer [naam 1]. Hoewel de verdachte geld ontving uit de opbrengsten van prostitutie en misleiding aannemelijk was, ontbrak het aan bewijs voor het vereiste oogmerk van uitbuiting en misbruik van feitelijke omstandigheden die de persoonlijke vrijheid ernstig zouden beperken.
[naam 1] was legaal in Nederland, werkte zelfstandig als prostituee, had een eigen onderneming en kon vrij haar werk en inkomsten bepalen. De vermeende controle door de verdachte via chauffeurs en telefoongesprekken was onvoldoende om uitbuiting aan te tonen. Ook het witwasfeit kon niet bewezen worden.
Daarom sprak het hof de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en gelastte de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag. Het arrest benadrukt het belang van het oogmerk van uitbuiting als impliciet bestanddeel bij mensenhandel en dat het ontbreken daarvan leidt tot vrijspraak.