Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Koerdische Turkse staatsburger, diende een asielaanvraag in Nederland in met het argument dat hij in Turkije werd gediscrimineerd vanwege zijn etniciteit en vreest voor ongelijke behandeling bij militaire dienstplicht. Hij onderbouwde dit met een boete voor het draaien van Koerdische muziek en verwijzingen naar een ambtsbericht.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat de discriminatie niet ernstig genoeg was om te spreken van vervolging en dat de vrees voor militaire dienstplicht niet reëel was. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat eiser ondanks discriminatie kon functioneren in Turkije, onderwijs volgde en werkte.
De rechtbank vond de boete niet overtuigend gekoppeld aan discriminatie en concludeerde dat de vrees voor dienstplicht niet actueel was. Ook werd het bezwaar tegen de kennelijk ongegronde verklaring verworpen wegens gebrek aan belang. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.