ECLI:NL:RBDHA:2025:7000

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2025
Publicatiedatum
25 april 2025
Zaaknummer
NL25.12760
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit van de minister op zijn aanvraag van 22 augustus 2024. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is. De reden hiervoor is dat eiser het griffierecht van €194,- niet binnen de gestelde termijn heeft betaald.

De griffier heeft eiser bij aangetekende brief van 21 maart 2025 verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen. Deze brief is op 25 maart 2025 in ontvangst genomen. Ondanks deze kennisgeving heeft eiser het griffierecht niet betaald en geen reden opgegeven voor dit verzuim.

De rechtbank oordeelt dat het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Er wordt geen inhoudelijke beoordeling van het beroep gegeven en er volgt geen proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en bekendgemaakt op 15 april 2025. Partijen kunnen binnen zes weken een verzetschrift indienen als zij het niet eens zijn met deze beslissing.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.12760
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen),

en

de Minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit van de minister op eisers aanvraag van 22 augustus 2024.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.

Heeft eiser het griffierecht tijdig betaald?

4. De griffier heeft eiser bij aangetekend verzonden brief van 21 maart 2025 in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 25 maart 2025 om 10:41 uur is afgehaald en dat voor ontvangst is getekend.
5. Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
6. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van
N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
15 april 2025
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.