Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische vreemdeling die internationale bescherming geniet in Bulgarije, is op 8 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat het belang van de openbare orde volgens vaste rechtspraak een rechtsvermoeden schept dat bewaring noodzakelijk is indien de benodigde documenten voor terugkeer aanwezig zijn of spoedig beschikbaar komen. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld bij het regelen van zijn overdracht naar Bulgarije, maar de rechtbank vond dat de opeenvolgende handelingen van verweerder tussen 8 en 22 april 2025 voldoende voortvarend waren.
Verder vond de rechtbank dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom geen lichter middel kon worden toegepast. Er was sprake van een reëel onttrekkingsrisico, mede omdat eiser zich niet altijd aan zijn meldplicht hield en geen concrete stappen had ondernomen om vrijwillig terug te keren. De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.