ECLI:NL:RBDHA:2025:7020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar mvv-aanvraag wegens niet aannemelijke verzending gronden
Eiser diende op 23 november 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid. De minister wees deze aanvraag op 4 juni 2024 af, omdat niet was gebleken van een exclusieve afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en de referente.
Eiser diende op 2 juli 2024 een pro forma bezwaarschrift in en kreeg op 10 juli 2024 een termijn van twee weken om de gronden van bezwaar in te dienen. Na een verzoek om uitstel dat werd afgewezen, stelde eiser op 29 juli 2024 per post de gronden te hebben ingediend, maar de minister ontving deze niet.
De rechtbank oordeelt dat het aan eiser is om de verzending aannemelijk te maken. Omdat eiser dit niet kon onderbouwen en het ontbreken van ontvangst door de minister niet is weersproken door voldoende bewijs, verklaart de rechtbank het bezwaar terecht niet-ontvankelijk. Het beroep tegen deze beslissing wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat de verzending van de gronden van bezwaar niet aannemelijk is gemaakt.