ECLI:NL:RBDHA:2025:7086

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2025
Publicatiedatum
28 april 2025
Zaaknummer
NL25.3108
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij vertrek asielzoeker

Eiseres heeft op 17 januari 2025 een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen als ongegrond. Hiertegen stelde eiseres beroep in bij de rechtbank. Tijdens de zitting op 24 april 2025 in Breda was de gemachtigde van eiseres, ondanks voorafgaand bericht, niet aanwezig. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

De rechtbank onderzocht ambtshalve of eiseres nog procesbelang had bij het beroep. Uit correspondentie bleek dat eiseres en haar minderjarige zoon met onbekende bestemming zijn vertrokken en sinds 13 januari 2025 geen contact meer hebben gehad met hun gemachtigde. Eiseres verscheen niet ter zitting en liet zich ook niet op andere wijze horen.

Gezien deze omstandigheden en vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State concludeerde de rechtbank dat eiseres geen belang meer had bij een inhoudelijke behandeling van het beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij een proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.3108
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer]
mede namens haar minderjarige kind
[kind],
(gemachtigde: mr. N.A.P. Heesterbeek),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.A.J. Willems).

Procesverloop

Bij besluit van 17 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 24 april 2025 op zitting behandeld in Breda. De gemachtigde van eiseres is, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiseres procesbelang heeft bij het beroep. Eiseres heeft asiel aangevraagd in Nederland. Bij brief van 20 februari 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiseres en haar minderjarige zoon met onbekende bestemming zijn vertrokken. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiseres bij bericht van 27 februari 2025 meegedeeld dat zij eiseres op 13 januari 2025 voor het laatst heeft gesproken. Bij bericht van 21 april 2025 heeft de gemachtigde van eiseres laten weten dat zij nog steeds sinds 13 januari 2025 geen contact meer met eiseres heeft gehad.
2. De rechtbank constateert dat eiseres niet is verschenen ter zitting en ook niet op een andere wijze van zich heeft laten horen. Gelet op al de genoemde omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiseres niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. [1] Eiseres heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door haar ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 april 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.