Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres], eiseres
[kind],
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft op 17 januari 2025 een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen als ongegrond. Hiertegen stelde eiseres beroep in bij de rechtbank. Tijdens de zitting op 24 april 2025 in Breda was de gemachtigde van eiseres, ondanks voorafgaand bericht, niet aanwezig. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of eiseres nog procesbelang had bij het beroep. Uit correspondentie bleek dat eiseres en haar minderjarige zoon met onbekende bestemming zijn vertrokken en sinds 13 januari 2025 geen contact meer hebben gehad met hun gemachtigde. Eiseres verscheen niet ter zitting en liet zich ook niet op andere wijze horen.
Gezien deze omstandigheden en vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State concludeerde de rechtbank dat eiseres geen belang meer had bij een inhoudelijke behandeling van het beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.