ECLI:NL:RBDHA:2025:7087
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende persoon, diende op 8 januari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Duitsland had eerder op 8 augustus 2022 een verzoek tot internationale bescherming van eiser ontvangen en het terugnameverzoek van Nederland geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat hij niet opnieuw een asielaanvraag in Duitsland kan indienen vanwege risico op schending van het non-refoulementbeginsel en verwees naar het arrest Jawo en artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat er sprake is van een disproportionele hardheid.
De rechtbank overwoog dat Duitsland via het claimakkoord garanties heeft gegeven over de behandeling van de asielaanvraag conform internationale normen. Het beroep op artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening werd afgewezen omdat geen bijzondere individuele omstandigheden waren aangetoond. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.