ECLI:NL:RBDHA:2025:7164
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsaanvraag EU/EER wegens schijnhuwelijk en inreisverbod bevestigd
Eiser, een Turkse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument EU/EER om bij zijn Bulgaarse partner te verblijven. De minister wees deze aanvraag af vanwege indicaties van een schijnhuwelijk, gebaseerd op tegenstrijdige verklaringen in een simultaan gehoor.
De rechtbank overwoog dat eiser en zijn partner op essentiële punten verschillende verklaringen hadden afgelegd over hun relatie, zoals de ontmoetingsperiode, samenwoning en huwelijksdetails. Ondanks overgelegde foto's, huwelijksakte en verklaringen van derden, concludeerde de rechtbank dat deze stukken onvoldoende overtuigend waren om het vermoeden van een schijnhuwelijk te weerleggen. Ook de verklaring van een longarts en ziekenhuisfoto's brachten hierin geen verandering.
Eiser betwistte het inreisverbod, maar de rechtbank oordeelde dat hij niet voldeed aan de voorwaarden voor een verblijfsdocument EU/EER, waardoor het inreisverbod terecht is opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.