ECLI:NL:RBDHA:2025:7176
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring dakloze moeder wegens niet voldoen aan beleidscriteria
Eiseres, een dakloze moeder van wie twee kinderen in oktober 2023 uit huis waren geplaatst, vroeg een urgentieverklaring aan om een stabiele woonplek te verkrijgen, noodzakelijk voor terugplaatsing van haar kinderen. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees deze aanvraag af op grond van artikel 4:5 van Pro de Huisvestingsverordening Den Haag 2023, omdat dakloosheid volgens het beleid geen urgent woonprobleem vormt, zij gebruik kon maken van opvangvoorzieningen maar deze weigerde, en het woonprobleem deels door haar eigen handelen was veroorzaakt.
De rechtbank oordeelt dat de afwijzing terecht is omdat meerdere weigeringsgronden van toepassing zijn. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de opvangvoorzieningen ongeschikt zijn vanwege haar medische situatie of voor haar kinderen. Ook is niet bewezen dat haar woonproblemen niet door eigen toedoen zijn ontstaan. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat de situatie niet uitzonderlijk schrijnend is in vergelijking met andere woningzoekenden.
Hoewel de situatie inmiddels is gewijzigd doordat de kinderen niet langer uit huis zijn geplaatst en verweerder passende woonruimte zoekt, doet dit niet af aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Eiseres kan een nieuwe aanvraag indienen op basis van de gewijzigde omstandigheden. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en zij krijgt geen griffierecht terug of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.