ECLI:NL:RBDHA:2025:719
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie, waarbij de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is een besluit tot signalering opgelegd.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Met de uitspraak in een aanverwante zaak (NL24.39275) is reeds inhoudelijk op het beroep beslist, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 22 januari 2025 door de voorzieningenrechter J.F.I. Sinack te Middelburg en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.