ECLI:NL:RBDHA:2025:7193
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinprocedure Zwitserland
Eiser, een Pakistaanse asielzoeker, diende op 25 januari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. Zwitserland heeft het verzoek tot terugname geaccepteerd.
Eiser betoogde dat Zwitserland structurele tekortkomingen kent in de asielprocedure, waardoor hij risico loopt op indirect refoulement naar Pakistan. Tevens stelde hij dat hij geen rechtsbijstand kreeg en zijn zaak niet inhoudelijk werd beoordeeld voordat hem werd opgedragen het land te verlaten. De rechtbank oordeelde dat eiser deze beweringen onvoldoende met objectieve informatie heeft onderbouwd en niet concreet heeft gemaakt op welke rapporten hij doelt.
De rechtbank bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel en stelde dat verweerder terecht heeft aangenomen dat Zwitserland zijn verdragsverplichtingen nakomt. Er is geen concrete aanwijzing dat eiser bij overdracht aan Zwitserland een reëel risico loopt op indirect refoulement. Eiser kan zich bij problemen wenden tot de Zwitserse autoriteiten.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Wilbers-Taselaar op 18 april 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.