ECLI:NL:RBDHA:2025:7231
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning pleegkinderen wegens onvoldoende belangenafweging en motivering
Eisers, broer en zus met de Amerikaanse nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning aan als pleegkinderen bij hun tante en pleegmoeder in Nederland. De minister wees deze aanvragen af omdat volgens hem geen sprake was van een onaanvaardbare toekomst in hun land van herkomst, de VS, en omdat de familierechtelijke relatie met de referente onvoldoende was aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom eiseres, die inmiddels meerderjarig is, de zorg voor haar broer in de VS zou kunnen dragen, zeker gezien het ontbreken van familie en vrienden daar. Ook was ten onrechte getoetst aan China als land van verblijf. Eisers hadden bovendien niet voldoende gelegenheid gekregen om de familierechtelijke relatie aan te tonen.
Verder stelde de rechtbank dat er wel degelijk sprake is van familieleven tussen eisers en referente, die de feitelijke verzorging op zich neemt. De belangenafweging van de minister was onvoldoende, onder meer omdat onvoldoende rekening was gehouden met de opgebouwde sociale en schoolse banden in Nederland en het ontbreken van een vangnet in de VS.
Het besluit was in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsvereiste van de Awb. De rechtbank vernietigde het besluit en droeg de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij alle relevante aspecten moeten worden meegewogen. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eisers toegekend.
Uitkomst: Het besluit van 17 oktober 2024 wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.