ECLI:NL:RBDHA:2025:7266
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige vrees voor vervolging in Pakistan
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit behorende tot de Punjabi bevolkingsgroep, vroeg asiel aan op grond van vermeende vervolging vanwege zijn politieke activiteiten voor de PTI en problemen die hij op sociale media ervoer. Hij stelde dat zijn familie werd aangevallen en dat hij vreest voor vervolging bij terugkeer naar Pakistan.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende originele documenten overlegde ter onderbouwing en zijn verklaringen tegenstrijdig en ongeloofwaardig waren. De rechtbank bevestigde dit oordeel na beoordeling van het dossier en de beroepsgronden.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Zijn politieke activiteiten waren beperkt en dateren van enkele jaren geleden, en hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij nog in negatieve aandacht staat. Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.