ECLI:NL:RVS:2024:3175
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J.W.P. van Gastel
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over bewijslast en individuele beoordeling asielaanvraag teruggekeerde Syriër
De vreemdeling, een Syrische vrouw geboren in 1983, kreeg in 2018 een nareisvergunning die in 2019 werd ingetrokken vanwege uitschrijving uit de basisregistratie personen. Na een verblijf in Syrië, waar zij haar zieke moeder bezocht, beviel en haar been brak, keerde zij in november 2020 terug naar Nederland en vroeg asiel aan. De minister wees haar asielaanvraag af op grond dat zij geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Syrië aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank vernietigde dit besluit en verklaarde het beroep gegrond, waarna de minister hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het beleid van de minister ten aanzien van teruggekeerde Syriërs niet afwijkt van de gebruikelijke bewijslastverdeling in het asielrecht. De minister hoeft niet uit te gaan van een presumptie van risico, maar moet een individuele beoordeling maken op basis van persoonlijke omstandigheden en de algemene veiligheidssituatie in Syrië.
De Afdeling stelt vast dat de minister het besluit onvoldoende heeft gemotiveerd, omdat niet alle relevante omstandigheden van de vreemdeling zijn betrokken en onduidelijk is welke verklaringen hij wel of niet geloofwaardig acht. Daarom bevestigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en beveelt een nieuwe, deugdelijke beoordeling. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met de verplichting tot een nieuwe deugdelijke beoordeling.