ECLI:NL:RBDHA:2025:7288
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-uitkering wegens gezamenlijke huishouding met partner in Frankrijk
Eiser diende een aanvraag in voor een AOW-uitkering die aanvankelijk werd toegekend als ongehuwdenpensioen. Na een onderzoek naar zijn woon- en leefsituatie stelde de Sociale Verzekeringsbank vast dat eiser samen met de heer [naam] een gezamenlijke huishouding voerde in Frankrijk. De rechtbank oordeelde dat eiser en de heer [naam] hun hoofdverblijf op hetzelfde adres hadden en wederzijdse zorg leverden, wat voldoet aan de criteria voor een gezamenlijke huishouding onder de AOW.
Eiser betwistte dit en stelde dat hij slechts een kamer huurde, er geen gezamenlijke zorg was en dat hij bij de Franse belastingdienst als alleenstaande geregistreerd stond. De rechtbank vond echter de verklaring van eiser tijdens het telefonische onderzoek overtuigender dan zijn latere tegenstrijdige verklaringen en concludeerde dat er geen sprake was van een commerciële relatie.
De rechtbank oordeelde dat de herziening van de AOW-uitkering terecht was en dat de terugvordering geen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen voor eiser had. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de AOW-uitkering wordt ongegrond verklaard.