Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante en appellant ontvingen beiden een AOW-pensioen naar de norm voor alleenstaanden. Naar aanleiding van een onderzoek naar hun woon- en leefsituatie, waaronder een huisbezoek en een rapportage, concludeerde de Sociale verzekeringsbank (Svb) dat zij sinds maart 2016 een gezamenlijke huishouding voerden. De Svb herzag daarop de pensioenen naar de gehuwdennorm, wat door appellanten werd bestreden.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de Svb terecht het pensioen heeft herzien. De Raad baseerde zich op objectieve criteria zoals het hoofdverblijf van appellant bij appellante, het hoge waterverbruik, en de wederzijdse zorg en financiële verstrengeling tussen partijen.
Appellanten voerden aan dat zij niet voldeden aan de voorwaarden voor een gezamenlijke huishouding, onder meer omdat zij op verschillende adressen stonden ingeschreven en geen gezamenlijke bankrekeningen hadden. De Raad verwierp deze bezwaren, benadrukkend dat het hoofdverblijf en de feitelijke situatie doorslaggevend zijn. De twee-woningen-regel was niet van toepassing omdat appellant geen woonlasten bij zijn zoon betaalde.
De Raad bevestigde daarmee de bestreden besluiten en wees de proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door voorzitter J.T.H. Zimmerman op 9 mei 2023.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de AOW-pensioenen naar de gehuwdennorm wegens gezamenlijke huishouding sinds maart 2016.