ECLI:NL:RBDHA:2025:7313
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 23 januari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser eerder in Frankrijk asiel had aangevraagd, waardoor Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Eiser betoogde dat hij in Frankrijk risico loopt op onmenselijke behandeling en dat de Franse autoriteiten hem onvoldoende bescherming bieden.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland ervan uit mag gaan dat Frankrijk zijn verplichtingen nakomt. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er structurele tekortkomingen zijn in het Franse asiel- en opvangsysteem. Ook zijn individuele omstandigheden, waaronder een geweldsdelict, rechtvaardigen geen uitzondering op dit beginsel.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de minister om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Tevens verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.