ECLI:NL:RBDHA:2025:7320
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Eiser vreesde ernstige risico's bij overdracht naar Frankrijk, waaronder bedreiging door een mensensmokkelaar, materiële deprivatie en onrechtmatige pushbacks. Hij stelde dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in Frankrijk die een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro opleveren. De rechtbank bevestigde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel hier van toepassing is en dat verweerder niet hoefde af te wijken van de verantwoordelijkheid van Frankrijk.
Ook werd geoordeeld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen effectieve klachtenmogelijkheden heeft in Frankrijk. De discretionaire bevoegdheid van verweerder om het asielverzoek aan zich te trekken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro werd terughoudend getoetst en niet toegepast.
Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.