ECLI:NL:RBDHA:2025:7357
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen watervergunning voor demping en compensatie oppervlaktewater ongegrond verklaard
Eisers hebben beroep ingesteld tegen een watervergunning verleend aan een vergunninghouder voor het dempen van 260 m² overig oppervlaktewater in het kader van de herontwikkeling van een gebied in [plaatsnaam]. Eisers vreesden nadelige gevolgen voor de waterhuishouding rondom hun woningen en stelden procedurele fouten en onvoldoende onderzoek aan de orde.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit, waarin een extra voorschrift is toegevoegd over de volgorde van dempen en graven van oppervlaktewater, rechtmatig is. Eisers konden niet aantonen dat de watervergunning onrechtmatig is, mede omdat de compensatie plaatsvindt in hetzelfde peilvak en de vergunninghouder voldoende ruimte heeft om de compensatie uit te voeren. Ook is het verlengen van hemelwaterafvoeren adequaat geregeld.
De rechtbank wijst het beroep af, verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J. Schaaf op 13 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de watervergunning wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd.