ECLI:NL:RBDHA:2025:7390
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling minister wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Verzoeker heeft op 10 november 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Op 28 november 2024 heeft de minister alsnog de asielaanvraag ingewilligd. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De minister heeft niet gereageerd op het verzoek tot proceskostenvergoeding, waaruit de rechtbank afleidt dat er geen bezwaar is tegen betaling. De rechtbank bepaalt dat de proceskostenvergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) een vast bedrag betreft, omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld.
Gezien de lichte aard van de zaak en het beperkte belang past de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 toe, waardoor de vergoeding uitkomt op €453,50. Er zijn geen andere kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier N. Khalloufi op 5 februari 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.