Eiser diende op 13 juli 2023 een asielaanvraag in, waarop de minister niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn van zestien weken had beslist. Eiser stelde de minister op 18 oktober 2024 schriftelijk in gebreke en diende vervolgens beroep in tegen het uitblijven van een beslissing.
Op 11 december 2024 trad een besluit- en vertrekmoratorium in werking, dat de beslistermijn voor asielaanvragen van Syrische vreemdelingen verlengt met maximaal één jaar tot 21 maanden. Dit moratorium was echter nog niet van kracht toen eiser zijn ingebrekestelling en beroep indiende, waardoor het beroep ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat het moratorium ook van toepassing is op lopende aanvragen waarvoor de oorspronkelijke beslistermijn al was verstreken, waardoor de minister niet verplicht is binnen de oorspronkelijke termijn te beslissen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Omdat het beroep echter tijdig en terecht is ingediend, wordt eiser een proceskostenvergoeding van €453,50 toegekend.