ECLI:NL:RBDHA:2025:7405
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beroep tegen afwijzing asielaanvraag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het bestreden besluit van 9 januari 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker in de verlengde procedure als kennelijk ongegrond heeft afgewezen.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat aangezien op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.2078), een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is overwogen dat er geen aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, daartegen is geen hoger beroep of verzet mogelijk volgens artikel 8:83, derde lid, Awb.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.