ECLI:NL:RBDHA:2025:7411
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghaanse vreemdeling wegens onvoldoende aannemelijkheid risico Taliban
Eiser, een Afghaanse nationaliteit, vreesde vervolging door de Taliban vanwege de militaire achtergrond van zijn vader en zijn sjiitische geloofsovertuiging. Hij diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende aannemelijkheid van een reëel risico op ernstige schade.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormden, mede omdat hij niet concreet kon aangeven wanneer de Taliban bij hem aan de deur kwam en hij ondanks zijn vrees toch naar zijn werk bleef gaan. Ook werd gewezen op het ontbreken van bewijs dat hij als sjiiet of Sadat persoonlijk een verhoogd risico loopt.
De rechtbank nam het advies van MediFirst mee en concludeerde dat verweerder voldoende rekening had gehouden met het referentiekader van eiser. Verder werd vastgesteld dat de situatie in Afghanistan niet zodanig is dat willekeurig geweld een reëel risico vormt voor eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.